Loading...
Literatuur2018-06-21T11:49:31+00:00

Elvis just left the building

Ik zag hem weer tijdens een vlucht van Barcelona naar Amsterdam, begin van de zomer 1996 en die plotselinge ontmoeting bracht een schok teweeg, niet zozeer omdat hij toch alweer enkele jaren daarvoor overleden was – op 1 mei 1994 om precies te zijn, enkele dagen na zijn zeventigste verjaardag – maar vooral vanwege de treffende gelijkenis. Zo treffend dat ik er haast van overtuigd was dat hij mij ook zou herkennen en zodra de lampjes fasten seatbelts uit zouden gaan – onze blikken kruisten elkaar een vluchtig moment toen hij zijn koffer in het bagagevak plaatste – zich uit zijn stoel zou reppen om even bij te praten.

Maar tijdens die vlucht gebeurde er verder niets, niet van zijn kant, niet van mijn kant. Hoezeer ik er ook van overtuigd was dat híj het was, zelf dacht hij daar kennelijk anders over. Hij stelde me teleur en van de weeromstuit weigerde ik toe te geven aan de neiging hem dan zelf maar te benaderen. Aangekomen in Amsterdam volgde ik hem nog een tijdje, zelfs zijn loop meende ik te herkennen. Mijzelf tot de orde roepend, liet ik hem oplossen in de menigte en merkte dat Zappa zich aan mij opdrong met “Elvis has just left the building, those are his footprints right there”.

Het bleef een tijdje stil sedertdien maar met een zekere regelmaat kruiste hij toch telkens weer mijn pad. De afgelopen week echter maakte hij het wel heel erg bont: op de zondag wandelde hij over de dijk waaraan onze woning is gelegen; hij was mager geworden, zo leek het wel; onze blikken kruisten elkaar niet, hij wandelde alleen, met vaste tred en stevige stap, witte benen onder een kaki korte broek; je bent er sportiever op geworden Pa, mompelde ik en ergerde me aan het feit dat hij me wederom geen blik waardig keurde. Twee dagen daarna zag ik hem in de supermarkt, weer die overtuiging: nee, hier is geen vergissing in het spel, ’t is hem, hij loopt hier zomaar rond en ik merkte dat ik dat op zich wel een grappig idee vond. Hij heeft ons mooi beet, wij weten niet beter of hij ging heen na een zwaar en moedig gedragen ziekbed (obituary columns are filled with love zingt Joan Armatrading) maar zelf weet hij wel beter. Hij ging voort waar hij gebleven was, als een soort Fosca van Simone de Beauvoir is hij pardoes zijn volgende leven in gestapt en laat zich af en toe, de vleesgeworden herinnering, nog even zien, een enkel moment maar alsof hij zeggen wil: ‘ik was meer dan jullie mij dachten maar nu ga ik voort, ik ben verplichtingen elders aangegaan’.
Ik was ook nauwelijks verbaasd meer toen ik hem aan het einde van deze week, in actie poserend aantrof op een grote foto achterop het jaarverslag van het Gelders Landschap.  Ooit iets met de natuur gehad Pa?

Ik heb eigenlijk nooit geweten van jouw passies. Ja, je vrouwen, je aanbad hen, je had hen werkelijk lief maar terwijl ik dit schrijf realiseer ik me dat ik je meer dan de anderen door een milde bril heb bezien. Maar andere belangstelling dan voor eindeloze stapels doorlooppuzzelboekjes heb ik nimmer gezien, je was er ook niet nieuwsgierig naar, jij nodigde niet uit om beter gekend te worden, je wereldbeeld en je overtuigingen waren hermeneutisch gesloten, niemand kreeg daar ooit een speld tussen

Hij is dood mijn vader, al sinds 1 mei 1994, zijn as werd verstrooid waar ik hem liever begraven had gezien, bij een graf sta je nog eens stil, maar wat heeft het graf van een man te bieden als hij er vervolgens stiekem weer vandoor is gegaan? Door met een zekere regelmaat in mijn leven te verschijnen is het alsof hij herinnerd wil worden. En precies dat heb ik tijdens zijn leven gemist: het gevoel dat het hem interesseerde hoe zijn kinderen over hem dachten. O zeker, alles geschiedde om bestwil maar hij gaf je nimmer het gevoel dat hij zich ooit in jou verplaatste, hij leek er geen moeite voor te wíllen doen, hij kon het ook niet. Afstand. En wat ondanks bestwil niet begrepen werd vergrootte slechts die afstand.

En toch, ondanks al die overpeinzingen, zou ik je willen zien en spreken, met je onhebbelijkheden, je snobisme, je rechtlijnigheid; je kon me er immers niet meer mee raken, daarvoor was de afstand toch te groot geworden. Wat mij sedertdien rest, wat overheerst, is de mildheid die hoort bij afstand in tijd. Kom nog eens langs Fosca, ik zal glimlachen en de deur op een kier laten staan.

Enno Nuy, 2005

Boekbesprekingen

Augustinus – Belijdenissen

Norbertus Teeuwen (1910-1973) wist in 1951 zijn belangstelling voor de ordegeschiedenis en spiritualiteit te concretiseren in de oprichting van het Augustijns Historisch Instituut, dat zijn zetel heeft in het augustijnenklooster Sint-Thomas van Villanova te Heverlee. De [...]